Wat is podologie

De podologie (letterlijk: "voetkunde") is een wetenschap die zich richt op het voorkomen en behandelen van voetfunctiestoornissen en voetklachten en de daaruit voortvloeiende klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat.

De podologie werkt volgens de methode van de biomechanica, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen toepassing daarvan in het ADL-segment en het Sportsegment. ADL staat voor Algemeen Dagelijks Leven. De binnen de podologie gehanteerde therapie bestaat uit het aan de voet toepassen van corrigerende of beschermende technieken, zoals ortheses, schoen- en zoolcorrecties, alsmede het adviseren van patienten teneinde voetaandoeningen te voorkomen en bestrijden.

 

Volgens welke methode werkt de register(sport)podologie?

Binnen de podologie wordt gebruik gemaakt van twee werkwijzen (methoden), namelijk de biomechanische en de neurologische methode.

 

Biomechanica

De biomechanica houdt zich bezig met het bestuderen van de puur mechani-sche werking van het menselijk skelet in samenspel met de spieren en pezen. Vanuit het inzicht in de bewegingsmechanis-men dat hieruit verkregen wordt, kan door middel van sturingswiggen een standsverandering teweeg-gebracht worden. Deze standsveranderingen beïnvloeden door middel van de diverse hefboommechanismen, en gewrichtsdraaipunten de stand van enkel, knie, heup en rug, en kunnen daar bestaande statische en dynamische overbelastingen opheffen.

 

De biomechanische wetenschap is een werkwijze om de aanpassingen zodanig aan te brengen, dat exact de gewenste correctie optreedt. Correcties op deze basis zijn direct waarneembaar.

 

Neurologische methode

 

Bij deze methode wordt uitgegaan van de regulerende invloed van het zenuwstelsel op stand, houding en spierbelasting. Hierbij neemt het begrip spiertonus een centrale plaats in. Deze spiertonus komt voor een belangrijk deel tot stand via spinale reflexen en wordt aangestuurd in de spieren (spierspoeltjes) en de pezen (golgi apparaatjes). De spierspoeltjes doen dienst als lengtedetectoren, die reageren op druk en rek. Zij zijn o.a. van belang voor het in stand houden van de lichaamshouding, en voor de bescherming van de spier bij overrekking. Wanneer de spier licht wordt aangedrukt of gerekt, zal dit via een spinale reflex leiden tot een spanningsverhoging in de spier. Rek en druk op de pees leiden tot spanningsverlaging in de spier. Via verandering van de spiertonus kun je dus invloed uitoefenen op stand, lichaamshouding en spierbelasting. Dit regulatiemechanisme van lichaamshouding en beweging noemt men propriocepsis.

 

Volgens de methode van de biomechanica, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen toepassing daarvan in het ADL-segment en het Sportsegment. ADL staat voor Algemeen Dagelijks Leven. De binnen de podologie gehanteerde therapie bestaat uit het aan de voet toepassen van corrigerende of beschermende technieken, zoals ortheses, schoen- en zoolcorrecties, alsmede het adviseren van patienten teneinde voetaandoeningen te voorkomen en bestrijden.

 

Volgens welke methode werkt de register(sport)podologie?

 

Binnen de podologie wordt gebruik gemaakt van twee werkwijzen (methoden), namelijk de biomechanische en de neurologische methode.

 

 

Biomechanica

 

De biomechanica houdt zich bezig met het bestuderen van de puur mechani-sche werking van het menselijk skelet in samenspel met de spieren en pezen. Vanuit het inzicht in de bewegingsmechanis-men dat hieruit verkregen wordt, kan door middel van sturingswiggen een standsverandering teweeg-gebracht worden. Deze standsveranderingen beïnvloeden door middel van de diverse hefboommechanismen, en gewrichtsdraaipunten de stand van enkel, knie, heup en rug, en kunnen daar bestaande statische en dynamische overbelastingen opheffen.

 

De biomechanische wetenschap is een werkwijze om de aanpassingen zodanig aan te brengen, dat exact de gewenste correctie optreedt. Correcties op deze basis zijn direct waarneembaar.

 

Neurologische methode

 

Bij deze methode wordt uitgegaan van de regulerende invloed van het zenuwstelsel op stand, houding en spierbelasting. Hierbij neemt het begrip spiertonus een centrale plaats in. Deze spiertonus komt voor een belangrijk deel tot stand via spinale reflexen en wordt aangestuurd in de spieren (spierspoeltjes) en de pezen (golgi apparaatjes). De spierspoeltjes doen dienst als lengtedetectoren, die reageren op druk en rek. Zij zijn o.a. van belang voor het in stand houden van de lichaamshouding, en voor de bescherming van de spier bij overrekking. Wanneer de spier licht wordt aangedrukt of gerekt, zal dit via een spinale reflex leiden tot een spanningsverhoging in de spier. Rek en druk op de pees leiden tot spanningsverlaging in de spier. Via verandering van de spiertonus kun je dus invloed uitoefenen op stand, lichaamshouding en spierbelasting. Dit regulatiemechanisme van lichaamshouding en beweging noemt men propriocepsis.